Waar een ondernemingsraad bestaat, is de invoering van AI-tools bijna altijd instemmingsplichtig. Dat is geen formaliteit: zonder instemming kan het besluit nietig zijn zodra de raad zich daar binnen een maand schriftelijk op beroept. Het is tegelijk de gelegenheid om een regel te krijgen die in het bedrijf werkelijk wordt gedragen.
Door Patrick de Kathen, Oprichter van KlarComply · Vakinhoudelijk getoetst op
De ondernemer heeft de instemming van de ondernemingsraad nodig voor elk voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van de regelingen die artikel 27 lid 1 WOR opsomt. Voor AI zijn daarvan twee onderdelen bepalend, en ze werken naast elkaar:
| Onderdeel | Waar het over gaat | Waarom AI eronder valt |
|---|---|---|
| Artikel 27 lid 1 onder l | een regeling inzake voorzieningen die zijn gericht op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen | De kernbepaling. Vrijwel elke AI-tool met persoonlijke gebruikersaccounts legt vast wie wanneer welke opdracht gaf |
| Artikel 27 lid 1 onder k | een regeling omtrent het verwerken en het beschermen van persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen | AI-tools verwerken vrijwel altijd gegevens van medewerkers, al was het maar via logbestanden |
| Artikel 27 lid 1 onder e en g | aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid; personeelsbeoordeling | Raakt AI in werving, selectie en beoordeling |
| Artikel 27 lid 1 onder d | arbeidsomstandigheden | Relevant wanneer AI het werktempo of de taaktoedeling stuurt |
Onderdeel l vraagt niet of u van plan bent te controleren. Het volstaat dat de voorziening geschikt is voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties. Een controlebedoeling is niet vereist; de enkele geschiktheid brengt het instemmingsrecht in beeld.
Praktisch gevolg: een AI-tool die vastlegt wie wanneer welke vraag stelde, voldoet aan dat kenmerk — ook als u die logbestanden nooit wilt inzien. Vrijwel elke tool met persoonlijke accounts maakt zulke gegevens.
De uitgangsvraag is daarmee in de praktijk zelden „of”, maar „in welke omvang”. Wie bij de raad binnenkomt met het argument dat de tool niet voor controle is bedoeld, verliest de eerste ronde en twee weken.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid dat is genomen zonder instemming van de ondernemingsraad en zonder vervangende toestemming van de kantonrechter, is nietig — mits de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op die nietigheid doet. Dat beroep moet binnen een maand worden gedaan, gerekend vanaf het moment waarop de ondernemer het besluit meedeelt of waarop de raad merkt dat het besluit wordt uitgevoerd.
Nietig betekent: het besluit heeft nooit rechtsgeldig bestaan. U staat dan met een uitgerolde tool en zonder geldige grondslag om die uit te rollen. Dat is een scherper gevolg dan een boete, omdat het uw eigen invoering ongedaan maakt.
Daarnaast kan de ondernemingsraad de kantonrechter vragen de ondernemer te verplichten zich van uitvoering te onthouden. Krijgt u de instemming niet, dan is de nette route de vervangende toestemming van de kantonrechter — niet doorpakken.
Naast instemming bestaat het adviesrecht. Artikel 25 WOR verlangt dat de ondernemingsraad in de gelegenheid wordt gesteld advies uit te brengen over belangrijke besluiten, waaronder de invoering of wijziging van een belangrijke technologische voorziening en belangrijke wijzigingen in de organisatie of in de verdeling van bevoegdheden.
Twee kenmerken maken dit recht in de praktijk lastig:
Een grootschalige AI-invoering die processen en functies raakt, is als regel zowel advies- als instemmingsplichtig. Behandel beide sporen in één traject; dat scheelt maanden.
De ondernemingsraad kan op grond van artikel 16 WOR een of meer deskundigen uitnodigen om een vergadering bij te wonen en advies uit te brengen. Bij AI is dat geen luxe: een raad die niet kan beoordelen welke logbestanden een systeem maakt, kan het instemmingsverzoek niet inhoudelijk behandelen — en stemt dan niet in.
De kosten komen op grond van artikel 22 WOR voor rekening van de ondernemer, mits deze vooraf van de kosten in kennis is gesteld. Onze ervaring: één deskundigenzitting vooraf is goedkoper dan twee extra onderhandelingsrondes.
Deze afbakening hoort in het eerste gesprek, omdat zij beide partijen tijd bespaart.
Wie voor elke nieuwe tool opnieuw onderhandelt, onderhandelt permanent. Een raam-AI-convenant regelt de beginselen één keer — doelbinding, analyseverbod, logging, bewaring, betrokkenheid — en vult afzonderlijke tools aan via een bijlage waarvoor een verkorte procedure met een vaste termijn wordt afgesproken.
Zo'n afspraak kan worden vastgelegd als ondernemingsovereenkomst in de zin van artikel 32 WOR, waarin ondernemer en ondernemingsraad verdergaande bevoegdheden en procedures kunnen vastleggen dan de wet als minimum geeft.
Dat is voor beide kanten de betere route: de raad houdt greep op de beginselen, het bedrijf blijft handelingsbekwaam. Zonder die constructie ontstaat schaduw-AI, omdat de afdelingen de procedure omzeilen — zie schaduw-AI in het bedrijf.
Het analyseverbod. Een formulering die het in de praktijk houdt:
„De loggegevens die bij het gebruik ontstaan, worden niet geanalyseerd ten behoeve van controle op gedrag of prestaties van werknemers. Een tot personen herleidbare analyse is uitsluitend toegestaan bij een concreet en vastgelegd vermoeden van een ernstig plichtsverzuim; zij vindt plaats met betrokkenheid van de ondernemingsraad. Analyses ten behoeve van systeembeveiliging vinden uitsluitend geanonimiseerd of geaggregeerd plaats.”
De laatste zin is die waaraan de IT hangt — zonder die zin kan zij het bedrijf niet beveiligen. Wie hem meteen aanbiedt, bespaart een vergadering.
Dit punt wordt vaak verkeerd overgenomen uit buitenlandse voorbeelden. Instemming van de ondernemingsraad is geen zelfstandige grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens. Artikel 88 AVG laat lidstaten ruimte voor specifiekere regels over gegevensverwerking in het kader van de arbeidsverhouding; Nederland heeft die ruimte via de Uitvoeringswet AVG maar beperkt ingevuld, en een algemene bepaling die een afspraak met de ondernemingsraad tot grondslag verheft, bestaat hier niet.
U hebt dus twee dingen nodig, niet één: instemming op grond van de WOR én een grondslag uit artikel 6 AVG, in de praktijk meestal het gerechtvaardigd belang met een vastgelegde afweging. Toestemming van de werknemer draagt daarbij zelden, omdat een vrije toestemming in een gezagsverhouding moeilijk aantoonbaar is. Zie ChatGPT op het werk.
De gevolgen zijn aanzienlijk, en ze treffen niet de ondernemingsraad.
AI-systemen op het gebied van werkgelegenheid — voorselectie van sollicitaties, prestatiebeoordeling, taaktoewijzing, besluiten over bevordering — vallen op grond van bijlage III bij de AI-verordening in de hoogrisicocategorie. Daarvoor gaan aanvullende verplichtingen gelden; de bijbehorende termijnen zijn door de Digital Omnibus verschoven naar 2 december 2027 respectievelijk 2 augustus 2028.
Voor de medezeggenschap verandert dat uitstel niets: artikel 27 WOR geldt vandaag. Voert u zo'n systeem in, dan komen beide niveaus samen — ondernemingsraad nu, verplichtingen uit de AI-verordening later. De indeling moet u desondanks meteen maken en vastleggen, zie risicocategorieën indelen.
De AI-verordening kent bovendien een eigen informatieplicht: zetten gebruiksverantwoordelijken een hoogrisico-AI-systeem in op de werkplek, dan informeren zij vooraf de betrokken werknemers en hun vertegenwoordigers. Die plicht komt naast de medezeggenschapsrechtelijke; zij vervangt haar niet.
Een ondernemingsraad is verplicht vanaf vijftig in de onderneming werkzame personen. Daaronder vervalt het instemmingsrecht van artikel 27 niet zomaar in het luchtledige:
Wordt later alsnog een ondernemingsraad ingesteld, dan is een reeds netjes vastgelegde regeling het beste vertrekpunt voor het overleg — en bespaart het de reparatie achteraf van een draaiend systeem.
Waar een ondernemingsraad bestaat, is betrokkenheid overigens ook zonder dwang verstandig: een samen ontwikkelde regel wordt gedragen, een opgelegde regel wordt omzeild. Hoe zo'n regel is opgebouwd, staat onder AI-beleid schrijven; de labelvraag is met de gratis AI-labels in enkele minuten af te handelen. En waar u in totaal staat, laat de gratis quick-check zien.
In de regel wel. Artikel 27 lid 1 onder l WOR geldt voor regelingen inzake voorzieningen die zijn gericht op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van werknemers. De enkele geschiktheid volstaat; een controlebedoeling is niet vereist. Vrijwel elke AI-tool met persoonlijke gebruikersaccounts voldoet aan dat kenmerk. Daarnaast geldt onderdeel k voor de verwerking en bescherming van persoonsgegevens van werknemers.
Het besluit is op grond van artikel 27 lid 5 WOR nietig, mits de ondernemingsraad daar binnen een maand schriftelijk een beroep op doet. Nietig betekent dat het besluit nooit rechtsgeldig heeft bestaan. De raad kan de kantonrechter bovendien vragen de ondernemer te verplichten zich van uitvoering te onthouden. Bij een adviesplichtig besluit kan de raad beroep instellen bij de Ondernemingskamer.
Bij een belangrijke technologische voorziening geldt het adviesrecht van artikel 25 WOR, en het advies moet worden gevraagd op een tijdstip waarop het nog van wezenlijke invloed kan zijn. Wie de raad pas met een getekend contract informeert, heeft die trap overgeslagen en begint het overleg met een conflict in plaats van met een onderwerp.
Reikwijdte, limitatieve doelomschrijving, doelbinding en analyseverbod, de regeling van loggegevens met bewaartermijnen, een verbod op geautomatiseerde besluitvorming over personen, toegestane en verboden invoer, labeling, scholing, een verkorte procedure voor nieuwe tools, de omgang met fouten, controlerechten van de raad en de looptijd met een evaluatiemoment.
Ja. Op grond van artikel 16 WOR kan de raad een of meer deskundigen uitnodigen voor een vergadering en om advies. De kosten komen op grond van artikel 22 WOR voor rekening van de ondernemer, mits deze vooraf van de kosten in kennis is gesteld. Bij AI is dat vaak de snelste route: een raad die de logbestanden niet kan beoordelen, stemt niet in.
Nee. Instemming is medezeggenschapsrecht, geen verwerkingsgrondslag. Artikel 88 AVG laat lidstaten ruimte voor specifiekere arbeidsrechtelijke regels; Nederland heeft die ruimte via de Uitvoeringswet AVG beperkt ingevuld en kent geen bepaling die een afspraak met de ondernemingsraad tot grondslag verheft. U hebt beide nodig: instemming én een grondslag uit artikel 6 AVG.
Nee, en het is ook niet werkbaar. Beproefd is een raamafspraak die de beginselen één keer regelt, aangevuld met bijlagen per tool via een verkorte procedure met een vaste termijn. Zo'n afspraak kan worden vastgelegd als ondernemingsovereenkomst in de zin van artikel 32 WOR. Zonder die constructie omzeilen de afdelingen de procedure.
Zodra het gebruik zakelijk is en via persoonlijke accounts loopt, ontstaan herleidbare gebruiksgegevens — daarmee is de geschiktheid voor controle in de regel gegeven. Of puur anoniem gezamenlijk gebruik zonder persoonlijke accounts dat kenmerk uitsluit, is betwist. Betrokkenheid is ook daarom verstandig, omdat de begeleidende gebruiksregel raakt aan de verwerking van persoonsgegevens van werknemers.
Bij tien tot vijftig werkzame personen kan een personeelsvertegenwoordiging bestaan, met eigen instemmingsrechten op grond van artikel 35c WOR; anders geldt de personeelsvergadering. Het privacyrecht geldt onverkort, en de informatieplicht uit de AI-verordening bij hoogrisicosystemen op de werkplek hangt niet aan het bestaan van een vertegenwoordiging.
De gratis quick-check loopt tien punten langs — AI-register, trainingsstand, transparantieplichten, verantwoordelijkheden. In twee minuten, zonder aanmelding, met een eerlijk resultaat en uw concrete hiaten.
Quick-check starten — gratis